Dood,  léven

Dood is niet oneerlijk

Al even loop ik met het idee om te schrijven over de vermeende oneerlijkheid van de dood. Een gedurfd en kwetsbaar onderwerp, zeker voor zij die in diepe rouw zijn. Tóch moet het me van het hart. De ongemakkelijke manier waarop ‘wij’ in onze Westerse maatschappij de dood benaderen of liever niet benaderen, want vaak vinden we haar ‘oneerlijk’.

‘Het is zo oneerlijk hè,’ is een zin die ik het afgelopen jaar regelmatig gehoord heb. Het staat zelfs bedrukt op rouwkaarten. En vast goed bedoeld, het raakt me telkens diep in mijn hart. Dan voel ik de innerlijke drang om te zeggen dat het niet waar is. Alsof ze hierboven bedacht zouden hebben, laten we nu die familie  even gaan pesten. Nee toch? En bovendien, iedereen gaat dood. Ja, ook kleine kinderen en babies.  Veel vaker dan je denkt. Ik ken inmiddels legio ouders met stuk voor stuk een verhaal en groot gemis. Dat het ‘hoort’ dat kinderen ouders overleven,  is dus ook niet waar. Natuurlijk willen we dat het liefste. Dát is wat anders.

Mijn ervaring met rouw is dat het ‘t moeilijkst is om weerstand los te laten. Weerstand tegen de keiharde werkelijkheid, in ons geval de dood van ons lieve Zonnekind, tien maanden oud. En later de weerstand tegen alle gevoelens die daarbij kwamen kijken. Het is een grote kunst om ‘te zijn met dat wat er is’: de situatie waarin je bent terechtgekomen en dat te doorleven. Daar is moed voor nodig.

Opmerkingen als dood is oneerlijk,  wakkeren juist weerstand aan. Er is een onaangenaam label geplakt op de toch al rauwe werkelijkheid. Het is oneerlijk,  want het is jou ofwel je naaste overkomen. Het is te jong,  te snel of te onverwacht. Deze gedachten zorgen voor een vecht-modus. Een gevecht dat je sowieso verliest. Hetgeen je niet wilt, is immers al gebeurd.

Ben ik een heilige en heb ik nooit oneerlijkheidsgevoelens?

Zeker niet. En bovendien is er een heel scala aan oneerlijkheidsgevoelens aan mij voorbijgegaan. Zo heb ik lang moeite gehad met moeders die voorbij fietsten met twee of soms zelfs drie levende kinderen in hun bakfiets. Het ‘waarom zij wel en ik niet’ gevoel is mij heel bekend.

Ik wil dan ook zeker niet vingerwijzen. Maar pleit wel voor meer ruimte voor de dood. Het overkomt ons namelijk allemaal vroeg of laat, en dat mogen we best onder ogen komen. Laten we haar niet als een vreemde behandelen, maar liefdevol omarmen als ze voorbij komt. In het omarmen van dat wat er is,  de soms zo rauwe werkelijkheid,  zit aanvaarding en léven besloten.

Hans Stolp zegt daarover in het geheim van loslaten:

“Pas als je aanvaardt
dat er dingen zijn die je niet kunt veranderen,
pas als je de geheimen van het loslaten kent,
zal je voelen hoe het licht van de zon je gezicht en je hart verwarmt”.

Foekje, 37 jaar woont met haar man en vierjarige zoon voor een half jaar in een natuurhuisje in de bossen van Ommen om te helen, nadat in 2017 haar jongste zoon overleed aan kanker. Ze schreef het boek ‘Lief Zonnekind’, met gedichten en overdenkingen over loslaten, naar binnen gaan, vertrouwen, en voelen dat er in werkelijkheid geen afstand is, alleen maar liefde.

14 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll Up